Informatie over de te verrichten handelingen bij het uitvoeren van de hielprik.

Direct naar:

Algemeen

Wacht met het afnemen van een hielprik 24 uur na het einde van de laatste bloedtransfusie. Een bloedtransfusie bij de moeder heeft geen invloed op de hielprik bij het kind. 

Hielprikset en lancet

De hielprikset bestaat uit:

  • een buitenenvelop, waarop de persoonsgegevens van het kind en de datum van het verrichten van de hielprik moeten worden vermeld. Na het verrichten van de hielprik wordt deze envelop gedurende 3 maanden door de ouders bewaard; mocht worden betwijfeld of de hielprik is verricht, dan toont de envelop dat deze wel werd uitgevoerd.
  • een pleister;
  • de hielprikkaart bestaande uit een aanvraagformulier en een filtreerpapierstrook;
  • een antwoordenvelop voor ongefrankeerde verzending van het aanvraagformulier met het hielprikmonster naar het betreffende screeningslaboratorium.

De buitenenvelop, het aanvraagformulier en de filtreerpapierstrook zijn voorzien van een identiek nummer, het zogenaamde setnummer. Dit setnummer is van belang bij de administratieve afhandeling bij de RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVPDienst Vaccinvoorziening & Preventieprogramma’s ’sen de screeningslaboratoria.

De steriele hielpriklancet wordt apart geleverd. 
Per18 juni 2018 is een nieuwe lancet, de babyLance™ van de firma Clinical Innovations, beschikbaar. De babylance™ vervangt de Quikheel™. De Quikheel™ kan gebruikt worden zolang de voorraad strekt. Wanneer uitvoerenden hielpriklancetten bestellen bij het DVP-regiokantoor krijgen zij vanaf 18 juni de babyLance™ (Newborn) geleverd, inclusief een gebruiksinstructie. Lees voor gebruik de gebruikersinstructie! 

Voorbereiding

De hielprik wordt verricht aan de voetzoolzijde van de hiel, langs de binnen- of buitenzijde. Om de doorbloeding te bevorderen kan de hiel worden verwarmd met een warm washandje van ca. 38˚C.

N.B. Pas op voor verbranding van de huid!
Warm het washandje niet in een magnetron! Dompel het voetje niet in een warm badje en houd het niet onder een stromende kraan. Het is van belang dat de uitvoerder van de hielprik zelf warme handen heeft, aangezien de openstaande vaatjes in het hieltje dichtklappen bij aanraking door koude handen.

De beste positie van het kind tijdens de hielprik is liggend met de buikzijde over een schouder van een ouder/verzorger. Deze houding bevordert de doorstroming in de hiel en biedt veiligheid tijdens de hielprik.

Als de hielprik buiten het ziekenhuis plaatsvindt (bijvoorbeeld thuis), dan is ontsmetting van de hiel niet nodig. Als de hielprik plaatsvindt in het ziekenhuis, wordt de plaats waar de hielprik zal worden verricht schoon gemaakt met een ontsmettingsdoekje en vervolgens aan de lucht gedroogd. De bloedafname wordt verricht met de bijgeleverde hielpriklancet.

De screener draagt niet-steriele handschoenen om de kans te verkleinen dat micro-organismen op de handen van de screener worden overgedragen naar het kind, of micro-organismen op de huid van het kind worden overgedragen naar de screener en via de screener worden overgebracht van het ene kind naar het andere kind. 
Daarnaast beschermen handschoenen de screener tegen contact met bloed van het kind. Handschoenen kunnen bloedcontact ten gevolgen van prikaccidenten niet voorkomen maar vormen wel een barrière waardoor de besmettingskans wordt verkleind. zie hiervoor het protocol Prikaccidenten van de eigen organisatie.

Raak het filtreerpapier niet met de handen aan. Handcrèmes of desinfecterende gels kunnen de bloedanalyse verstoren. Het filtreerpapier mag ook niet in contact komen met de huid van het kind.

De bloedafname

Kies de juiste incisieplaats. Let op: Alleen in het donkere gedeelte.

Thumbnail

 

 

 

 

De hielpriklancet heeft een veiligheidspal, die voorafgaand aan de bloedafname verwijderd moet worden! Let op dat je niet nu al de lancet activeert! Het verwijderen van de veiligheidspal kan op 2 manieren:

  • Met één hand: door de veiligheidpal van je af te duwen.
  • Met twee handen: door de veiligheidspal te draaien, waardoor de pal afbreekt (afbeelding a).
Thumbnail

Afbeelding a. Verwijderen van de veiligheidspal

Plaats de hielpriklancet op de hiel met de hendel van je af en met het pijltje op de lancet op de plaats van de bloedafname. 
Zorg voor voldoende druk op de huid voor optimaal contact tussen de huid en de hielpriklancet. 

De lancet wordt geactiveerd door de hendel met je wijsvinger naar je toe te trekken. 
Door het activeren van de lancet wordt het sneetje voor de bloedafname  gemaakt (afbeelding b).

Thumbnail

 

 




Afbeelding b. Activeren van het lancet

Na activatie wordt het mesje automatisch en permanent beschermd. Ook de hendel blijft  ingedrukt. Beweeg de huid van het voetje zodat het sneetje zich opent. 

Voorkom onnodig stuwen! Melken of knijpen kan leiden tot bloedafbraak en tot het vermengen met andere weefselvloeistoffen. Dit kan het bloedonderzoek verstoren. 

Vul alle zes rondjes op het filtreerpapier aan de voorzijde geheel met bloed. Doe dit zoveel mogelijk met één druppel bloed per rondje. Breng hierbij het filtreerpapier met de bloeddruppel in aanraking. Laat het papier de huid van het kind niet aanraken. (Gebruikte) huidverzorgingsproducten kunnen de bloedanalyse verstoren. 

Thumbnail

Voldoende

Controleer aan de achterzijde of de rondjes goed zijn gevuld. Bij voldoende bloedafname zijn de rondjes aan de achterzijde even groot als aan de voorzijde. Alleen bij voldoende vulling kan een betrouwbare laboratoriumbepaling verricht worden. De rondjes mogen nooit aan de achterzijde, noch aan de voorzijde bijgevuld worden (dus geen ‘bloed over bloed’). Dit kan namelijk leiden tot onjuiste uitslagen. Het is wel toegestaan bloed op te vangen naast de gemarkeerde rondjes.

Wanneer de bloedafname moeilijk verloopt kan direct een tweede hielprik verricht worden. 

Afronding

  • Plak de bijgeleverde pleister zo over het wondje dat de incisie zich goed sluit.
  • Attendeer ouders erop dat de pleister uiterlijk bij de volgende luierwisseling verwijderd moet worden. 
  • Ruim het gebruikte materiaal op conform de richtlijnen van uw instelling.
  • Laat het hielprikmonster aan de lucht drogen. Gebruik hierbij geen warmtebronnen, dus geen verwarming, magnetron/oven of föhn.

Belangrijk

  • Het gebruik van bloeddoorstroming bevorderende of pijnstillende pasta’s (bijvoorbeeld Emla-zalf) of crèmes om druppelvorming te vergemakkelijken (bijvoorbeeld Hemade of Vaseline) is niet toegestaan vanwege mogelijke invloeden op de laboratoriumanalyses. Zo is bijvoorbeeld bekend dat Emla de bepaling van acylcarnitines (MCADDMedium-chain acyl CoA dehydrogenase deficiëntie ) met behulp van de tandemmassaspectrometer verstoort.
  • Het gebruik van capillairen is niet toegestaan, omdat aldus verkregen hielprikmonsters andere analyseuitslagen kunnen opleveren. Bij zogenaamde ‘plain-capillairen’ kan stolling optreden waardoor het monster niet homogeen op het filtreerpapier komt. Het EDTA (ethyleendiamineteraazijnzuur) of heparine uit EDTA- respectievelijk heparinecapillairen verstoort de analyses waardoor fout-negatieve of fout-positieve uitslagen kunnen worden verkregen.