Dit draaiboek beschrijft wat nodig is om de neonatale hielprikscreening effectief en binnen kwalitatieve kaders te laten verlopen.

Voor wie is het draaiboek bestemd?

Het draaiboek is voor iedereen die betrokken is bij de uitvoering: verloskundigen, (verloskundig actieve) huisartsen, gynaecologen, screeners, medisch adviseurs, RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en MilieuRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-DVPDienst Vaccinvoorziening & Preventieprogramma’s Dienst Vaccinvoorziening & Preventieprogramma’s ’s, laboratoria, (gespecialiseerde) kinderartsen, klinisch genetici, JGZJeugdgezondheidszorg Jeugdgezondheidszorg -medewerkers en overige geïnteresseerden.

Doel en reikwijdte

Voor een uniforme uitvoering van de hielprikscreening is het draaiboek als landelijke standaard van groot belang. De betrokken zorgverleners – die zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van hun zorg – 
hebben dit draaiboek aanvaard als de landelijke standaard waarop zij aangesproken mogen worden. Waar zij taken delegeren aan anderen zullen zij ervoor zorgen dat ook die anderen zich aan het draaiboek binden en aan de normen waarnaar het verwijst. Alle partijen die deelnemen aan de Programmacommissie neonatale hielprikscreening hebben zich aan dit draaiboek gecommitteerd.

Wanneer de hielprik door andere partijen wordt uitgevoerd dan JGZ medewerkers zoals verloskundigen of verloskundig actieve huisartsen dienen deze professionals aan dezelfde kwaliteitseisen te voldoen als de screeners.

Totstandkoming

De versies 1 tot en met 4 van dit draaiboek zijn uitgegeven onder verantwoordelijkheid van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Per 1 januari 2006 is de regie voor het neonatale hielprikprogramma overgegaan naar het RIVM – Centrum voor Bevolkingsonderzoek. Vanaf versie 5 is het draaiboek dan ook uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het RIVM.

De versies 5.1 t/m 15.0 zijn tot stand gekomen in samenwerking met vertegenwoordigers van betrokken ketenpartners, met vertegenwoordigers van de Adviescommissies neonatale hielprikscreening van de NVKNederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde en met vertegenwoordigers van betrokken koepelorganisaties. De werkgroep draaiboek, de werkgroep voorlichting en deskundigheidsbevordering en de Programmacommissie neonatale hielprikscreening hebben advies uitgebracht aan het RIVM over de inhoud van het draaiboek. Het RIVM heeft het draaiboek tot slot geautoriseerd nadat het heeft vastgesteld dat het draaiboek door alle partijen is aanvaard en dat het draaiboek aansluit bij het beleid en de wet- en regelgeving ter zake. Het draaiboek is in 2015 gedigitaliseerd.

Verantwoording

Dit draaiboek is onder verantwoordelijkheid van de Programmacommissie neonatale hielprikscreening tot stand gekomen. Het draaiboek veronderstelt dat de lezer beschikt over enige algemene kennis op het gebied van screeningen.

Achtergrondinformatie is alleen opgenomen voor zover dat nodig is voor een goed begrip van het draaiboek. Zie ook: Lijst van begrippen en afkortingen.

Distributie en onderhoud

Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu-Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvBCentrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM ) verzorgt de redactie van het draaiboek en laat zich bij de redactie adviseren door de Programmacommissie neonatale hielprikscreening.