U bevindt zich op: Home Rol ketenpartners Screener De uitvoering van de hielprik Registratie bij uitvoering hielprik

Registratie bij uitvoering hielprik

Informatie over de registratie bij de uitvoering van de hielprik.

U vindt hier informatie over:

Informatie over de registratie bij het weigeren van de hielprik of bij het weigeren van de registratie van gegevens vindt u onder 'Registratie bij weigering'.

Registratie bij de uitvoering hielprik

Als de ouders toestemming geven voor de uitvoering van de hielprik vinden de volgende acties plaats.

  • De screener vraagt:
    - of het kind een bloed(wissel)transfusie heeft gehad en zo ja, wanneer (datum + tijdstip). De screener noteert beide op de kaart. Indien de hielprik in het ziekenhuis afgenomen wordt geeft de screener op de hielprikkaart aan bij ‘overige’ welk bloedproduct is toegediend.
    - of de ouder bezwaar heeft tegen het ontvangen van informatie over dragerschap sikkelcelziekte;
    - of de ouder bezwaar heeft tegen het gebruik van restantbloed voor anoniem wetenschappelijk onderzoek.
  • De screener kruist de keuzen van de ouders aan.
  • Als ouders bezwaar hebben tegen het ontvangen van dragerschapsinformatie sikkelcelziekte, laat de screener een ouder een paraaf op de kaart zetten.
  • Als ouders bezwaar hebben tegen het gebruik van restantbloed voor anoniem wetenschappelijk onderzoek, laat de screener een ouder een paraaf op de kaart zetten.
  • De screener verricht de hielprik, en vult de hielprikkaart met ballpoint verder (volledig) in conform het protocol van de eigen organisatie, getoetst door het RIVM-DVP.

De hielprikkaarten moeten volledig ingevuld worden bij de uitvoering van de hielprik in aanwezigheid van de ouders. Vooraf ingevulde hielpriksets leiden geregeld tot verwisseling, met alle consequenties van dien.

naar boven

Invullen hielprikkaart

De hielprikkaart dient volledig en leesbaar ingevuld te worden MET EEN - bij voorkeur zwarte) BALPEN (geen viltstift of potlood).

De screener vraagt de ouder(s) of zij informatie over de hielprikscreening hebben ontvangen en gelezen. Indien zij deze niet hebben ontvangen, reikt de screener de folder ‘Screeningen bij pasgeborenen’ uit en licht de belangrijkste punten aan de ouder(s) toe. De screener vertelt o.a. aan de ouders dat de uitslag vrijwel altijd binnen vijf weken bekend is. Als de uitslag van het onderzoek niet afwijkend is, ontvangen zij geen bericht. Als er wel een afwijkende uitslag is gevonden, krijgen zij bericht van de huisarts. Soms is de hoeveelheid bloed te weinig voor het onderzoek; er is dan een ‘herhaalde eerste hielprik’ nodig. Als de uitslag hiervan goed is, ontvangen zij wederom geen bericht. Bij een afwijkende uitslag wel. Deze wordt dan met spoed binnen één werkdag afgenomen.

Ook kan het gebeuren dat de uitslag niet duidelijk is; er wordt dan zo spoedig mogelijk een ‘tweede hielprik’ uitgevoerd. De ouder ontvangt van het RIVM-DVP het bericht dat er nogmaals bloed afgenomen moet worden. Over de uitslag van de tweede hielprik krijgen de ouders altijd binnen een week bericht.

De screener vertelt aan de ouder dat gegevens uit de hielprikscreening vertrouwelijk zijn en uitsluitend gebruikt worden voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt.

Indien noodzakelijk verwijst de screener de ouder terug naar de verloskundig zorgverlener.

Vervolgens vraagt de screener of de ouder toestemming geeft voor het uitvoeren van de hielprik. Indien de ouder geen toestemming geeft, wordt de hielprikkaart zo volledig mogelijk ingevuld en teruggestuurd naar het screeningslaboratorium. Indien ouders toestemming geven, gaan zij akkoord met deelname van hun kind aan het totale screeningspakket. Vervolgens vult de screener in aanwezigheid van de ouders de hielprikkaart in.

Bloed(wissel)transfusie

De screener vraagt of bij het kind een bloed(wissel)transfusie heeft plaatsgevonden. Indien er voorafgaand aan de hielprik geen bloedproduct (zie soorten bloedproduct onder 'Bijzondere situaties') is toegediend, kruist de screener op de hielprikkaart bij bloed(wissel)transfusie nee aan.

Indien er wel een bloedproduct is toegediend voorafgaand aan de hielprik, kruist de screener ja aan. In het laatste geval noteert de screener het tijdstip einde laatste transfusie en tijdstip hielprik. Indien de hielprik afgenomen wordt in het ziekenhuis geeft de screener daarnaast het soort toegediend bloedproduct aan op hielprikkaart bij overige. Zie Bloed(wissel)transfusie voor de soorten bloedproduct onder 'Bijzondere situaties').

Indien een pasgeborene een bloed(wissel)transfusie heeft gehad dan moet minimaal 24 uur gewacht worden alvorens de hielprik af te nemen. Wanneer een hielprik is verricht binnen 24 uur na een bloed(wissel) transfusie dan moet een herhaalde eerste hielprik verricht worden 24 uur na einde laatste bloedtransfusie.

Let op: Wanneer er een bloedtransfusie is toegediend met erytrocyten dan moet na 91 dagen een herhaalde eerste hielprik voor hemoglobinopathie (HbP) afgenomen worden. Dit staat ook vermeld op de hielprikopdracht vanuit het RIVM-DVP. Neem contact op met het RIVM-DVP indien blijkt dat het interval niet minimaal 91 dagen is.

Dragerschapsinformatie

De screener vraagt aan de ouders of zij bezwaar hebben tegen het ontvangen van informatie over dragerschap sikkelcelziekte. Indien bezwaar gemaakt wordt, tekent de screener dit aan op de hielprikkaart en laat zij/hij de ouders een paraaf zetten.

Gebruik restantbloed

Vervolgens vraagt de screener aan de ouders of zij bezwaar hebben tegen het gebruik van restantbloed voor anoniem wetenschappelijk onderzoek. Indien bezwaar gemaakt wordt tekent de screener dit aan op de hielprikkaart en laat zij/hij de ouders een paraaf zetten.

Het aanvraagformulier en filtreerpapier

Het aanvraagformulier en de filtreerpapierstrook mogen niet van elkaar worden gescheiden.

Het filtreerpapier mag niet met de handen worden aangeraakt.

naar boven

Zoeken:

Service