U bevindt zich op: Home Rol ketenpartners JGZ-organisatie

JGZ-organisatie

U vindt hier informatie over de rol van de jeugdgezondheidsorganisaties (JGZ) bij de neonatale hielprikscreening.

Kerntaken JGZ–organisatie

  1. Het zorgen voor de uitvoering van het uitvoeren van de hielprik.
  2. Het zorgen voor een tijdige uitvoering van de hielprik, volgens de landelijke richtlijn.
  3. Het zorgen voor voldoende gekwalificeerde screeners.
  4. Het zorgen voor adequate ondersteuning van de screeners.
  5. Het registreren van de benodigde gevens en deze ter beschikking stellen ten behoeve van de jaarlijkse evaluatie.

Deze kerntaken gelden ook voor de ziekenhuizen, als de kinderen daar worden geprikt. De uitwerking van de kerntaken voor
de ziekenhuissituatie is nog in ontwikkeling.

Kwaliteitseisen JGZ-organisatie

De JGZ-organisaties richten zich bij de uitvoering van hun kerntaken in het neonatale hielprikprogramma op de volgende kwaliteitseisen;

  • De uitvoerder heeft een geldig kwaliteitscertificaat HKZ/ISO of equivalent.
  • Het uitvoeren van de neontale hielprikscreening in de regio conform de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst tussen RIVM-DVP en JGZ-organisatie.
  • Het plannen van de hielprikscreeningen volgens de landelijke standaard over tijdigheid.
  • Het beschikbaar stellen van een inwerkprogramma aan nieuwe screeners met minimaal de volgende onderdelen:
    - Kennis van de landelijke screeningsorganisatie
    - Kennis van geldende draaiboeken, protocollen en richtlijnen
    - Kennis van relevante voorlichtingsmaterialen
    - Minimaal 5 keer de uitvoering van een hielprik observeren - Minimaal 5 keer onder begeleiding een hielprik uitvoeren
    - Minimaal 5 keer zelfstandig een hielprik uitvoeren
    - Een toetsing van de communicatie vaardigheden
  • Het toetsen van de bekwaamheden van de screeners, tenminste éénmaal per 3 jaar (of zo nodig eerder).
  • Het bijhouden of de screener de e-learning voor hielprikscreeners heeft doorlopen.
  • Het beschikbaar stellen van deskundigheidsbevorderende activiteiten gericht op de hielprikscreening.
  • Het verplichten van screeners om in ieder geval jaarlijks deel te nemen aan de door RIVM-DVP aangeboden scholing- en deskundigheidsbijeenkomsten indien relevant.
  • Het beschikbaar stellen van mogelijkheden tot intervisie, danwel supervisie van de screeners.
  • Het aan de screeners beschikbaar stellen van materiaal om de hielprik uit te kunnen voeren.
  • Het beschikbaar stellen van landelijk ontwikkeld voorlichtings- en informatiemateriaal.
  • In de opleiding en (bij)scholing van de screeners zoveel mogelijk aandacht besteden aan de vereiste competenties van screeners.
  • Het registreren van de opdracht van het RIVM-DVP om de hielprikscreening uit te voeren, de NAW gegevens van het kind en het hielpriksetnummer.
  • Het zorgen voor inzicht in het (kwaliteits)jaarverslag indien aanwezig bijvoorbeeld door publicatie op het internet.
  • Het registreren van mogelijke klachten over de uitvoering en deze klachten bespreken in het jaarlijks overleg met het RIVM-DVP.

 

Zoeken:

Service