U bevindt zich op: Home Rol ketenpartners

Rol ketenpartners

De uitvoering van de neonatale hielprikscreening veronderstelt een samenwerking in de keten. In de keten zijn alle schakels even belangrijk. Voor een succesvolle uitvoering van het screeningsprogramma zijn de schakels - zijnde de ouder(s), betrokken beroepsgroepen en organisaties - wederzijds afhankelijk van elkaar.

We onderscheiden verantwoordelijkheden op verschillende niveau's:

Verantwoordelijkheid van de ketenpartners in de uitvoering van het primaire proces

Ouder(s)

De ouder(s) is (zijn) verantwoordelijk voor:

  • het doen van een tijdige geboorteaangifte, uiterlijk binnen drie werkdagen na de geboorte.
  • het al dan niet geven van toestemming voor de uitvoering van de hielprik op basis van gegeven informatie.

naar boven

Verloskundig  zorgverlener

De verloskundig zorgverlener is verantwoordelijk voor:

  • het uitreiken van de folder 'Zwanger!' waarin in beperkte mate informatie over de hielprikscreening wordt gegeven.
  • het juist en volledig informeren van ouders tijdens het consult bij een zwangerschapsduur van 36 - 42 weken als onderdeel van de informed consent procedure.

Meer informatie over de rol van de verloskundige zorgverlener. 

naar boven

Gemeente

De gemeente (afdeling Burgerzaken) is verantwoordelijk voor:

naar boven

Screener

De screener is verantwoordelijk voor:

  • het nagaan van het informed consent bij de ouders en indien nodig het toelichten van de belangrijkste punten uit de folder: ‘Screeningen bij pasgeborenen’.
  • de juiste registratie en verrichting van de hielprik.
  • het op tijd verzenden van de hielprikkaart naar het screeningslaboratorium.

Meer informatie over de rol van de screener.

naar boven

Landelijke  postbezorger

De landelijke postbezorger is verantwoordelijk voor:

  • tijdige bezorging van hielprikverzendingen aan screeningslaboratoria.
  • het behandelen van de hielprikverzendingen als medisch urgent.

    naar boven

Screeningslaboratorium

Het screeningslaboratorium is verantwoordelijk voor:

  • het zo snel mogelijk verrichten van het screeningsonderzoek, conform de landelijke kwaliteitseisen.
  • adequate registratie en rapportage van de screeningsuitslagen.

Meer informatie over de rol van het screeningslaboratorium. 

naar boven

Referentielaboratorium

Het referentielaboratorium is in opdracht van RIVM- CvB verantwoordelijk voor:

  • coördineren van en zorgdragen voor uniforme werkwijze screeningslaboratoria.
  • monitoring en evaluatie van de laboratoriumbepalingen.
  • normering.
  • uitgifte en beheer van hielprikmonsters.
  • expertisefunctie.
  • adviseren aan Programmacommissie en RIVM-CvB.

Meer informatie over de rol van het referentielaboratorium. 

naar boven

Medisch adviseur

De medisch adviseur is verantwoordelijk voor:

  • het geven van de opdracht voor de uitvoering van de hielprik.
  • medisch inhoudelijke dossiervorming.
  • interpretatie van de laboratoriumuitslagen conform de landelijke interpretatieregels.
  • ondersteuning bij de verwijzing.
  • medisch toezicht.
  • adviseren aan Programmacommissie en RIVM-CvB.
  • deskundigheidsbevordering

Meer informatie over de rol van de medisch adviseur. 

naar boven

Huisarts

De huisarts is verantwoordelijk voor:

  • tijdige verwijzing van de pasgeborene bij afwijkende uitslag naar een – door de medisch adviseur genoemde – (gespecialiseerde) kinderarts conform de landelijk vastgestelde verwijstermijnen.
  • begeleiding van het gezin bij een afwijkende hielprikuitslag en dragerschap.
  • eventuele verwijzing van de ouder(s) naar een afdeling klinische genetica.

Meer informatie over de rol van de huisarts.

naar boven

RIVM-DVP

Het RIVM-DVP is verantwoordelijk voor:

  • totale dossiervorming.
  • het voeren van een deugdelijke administratie, waaronder het vastleggen van:
    - de kindgegevens van de hielprikkaart,
    - de datum van de opdracht van de medisch adviseur,
    - de setnummers.
  • regionale coördinatie en uitvoering van de hielprikscreening.
  • regionale kwaliteitsbewaking van:
    - de uitvoering, zoals tijdigheid, deelname en uitvoering bloedonderzoek;
    - de inhoudelijke kennis over neonatale hielprikscreening op uitvoeringsniveau.
  • uitwisseling van juiste en volledige informatie en communicatie met ketenpartners.
  • het beschikbaar stellen van kennis over de neonatale hielprikscreening ten dienste van de ketenpartners.
  • inkoop en distributie van de benodigde materialen (hielpriksets en prikkers).
  • contracteren van de screeningslaboratoria.
  • maandelijkse betaling uitvoerende partijen.
  • het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten met JGZ-organisaties.
  • voldoen aan de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst tussen RIVM-DVP en JGZ-organisatie.

Meer informatie over de rol van RIVM-DVP.

naar boven

JGZ-organisatie

De JGZ-organisatie is verantwoordelijk voor:

  • een tijdige uitvoering van de screening.
  • (voldoende) kwaliteit van de hielprikverrichtingen door de screeners conform de landelijke kwaliteitseisen.
  • (voldoende) gekwalificeerde screeners conform de landelijke kwaliteiteisen.
  • het voeren van een deugdelijke adminstratie (waaronder een eenduidige registratie van welk kind door wie wanneer is geprikt).
  • voldoen aan de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst tussen RIVM-DVP en JGZ-organisatie.

Meer informatie over de rol van de JGZ-organisatie.

naar boven

Ziekenhuis

Als het kind ten tijde van de uitvoering van de hielprik in het ziekenhuis ligt, wordt de hielprik daar uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de behandelaar.

Het ziekenhuis is verantwoordelijk voor:

  • een tijdige uitvoering van de screening.
  • (voldoende) kwaliteit van de hielprikverrichtingen door de screeners conform de landelijke kwaliteitseisen.
  • (voldoende) gekwalificeerde screeners conform de landelijke kwaliteitseisen.
  • het voeren van een deugdelijke adminstratie (waaronder een eenduidige registratie van welk kind door wie wanneer is geprikt).

Meer informatie over de rol van het ziekenhuis. 

naar boven

(Gespecialiseerde) kinderarts

De (gespecialiseerde) kinderarts is verantwoordelijk voor:

  • opvang van pasgeborene en ouders in het ziekenhuis, volgens de landelijk vastgestelde verwijstermijnen.
  • diagnostiek en eventuele behandeling van de pasgeborene.
  • tijdige registratie van de diagnostische resultaten in NEORAH.
  • eventuele verwijzing naar een afdeling klinische genetica.

Meer informatie over de rol van de kinderarts. 

naar boven

Afdeling klinische genetica

De afdeling klinische genetica is verantwoordelijk voor:

  • het geven van erfelijkheidsvoorlichting aan ouders en desgewenst andere familieleden.
  • het verrichten van erfelijkheidsonderzoek bij de ouders van de pasgeborene en eventuele andere familieleden.

Meer informatie over de rol van de afdeling klinische genetica. 

naar boven

Verantwoordelijkheid voor de regionale uitvoering

RIVM-DVP 

RIVM-DVP is in opdracht van het RIVM-CvB verantwoordelijk voor:

  • de regionale coördinatie van de uitvoering van de hielprik.

Meer informatie over de rol van RIVM-DVP. 

naar boven

Verantwoordelijkheid voor de landelijke regie

RIVM-CvB 

Het RIVM-CvB is in opdracht van VWS verantwoordelijk voor:

  • de landelijke regie van het programma neonatale hielprikscreening. Hiertoe behoort ook het jaarlijks monitoren en zo nodig evalueren van het programma. Hiervoor wordt opdracht gegeven aan een externe partij. Tot nu toe werd dit door TNO uitgevoerd.

naar boven

RIVM-IDS 

Het RIVM-IDS is referentielaboratorium en is in opdracht van het RIVM-CvB verantwoordelijk voor:

  • toezicht op de kwaliteit en de landelijke coördinatie van de screeningslaboratoria.

    naar boven

Programmacommissie  neonatale  hielprikscreening 

De Programmacommissie neonatale hielprikscreening is verantwoordelijk voor:

  • advisering over landelijke regie van het screeningsprogramma aan het RIVM-CvB.

    naar boven

Zoeken:

Service